Malcolm analyseert: het Vlaams regeerakkoord: visietekst en hoofdstuk 1-2

Er is natuurlijk al veel gezegd en geschreven over het nieuw Vlaams regeerakkoord, dat de onterechte titel 'Vertrouwen Verbinden Vooruitgaan' heeft gekregen, maar ik heb zo de indruk dat niet iedereen met een mening het effectief heeft gelezen. Wel, ik heb me die moeite wel getroost en heb me doorheen de 27 pagina's van de visietekst [1] en de 167 pagina's van het eigenlijke akkoord geworsteld.

Natuurlijk bevat dit akkoord een hoop stoere rechtse praat, maatregelen die enkel de ondernemingen ten goede komen en nationalistisch gezwans over een Vlaanderen dat eigenlijk alleen bestaat in de fantasie van een paar fossielen uit de vroege 19e eeuw. Dat viel te verwachten. Het stond tenslotte allemaal al in het verkiezingsprogramma van onze nieuwe grootste partij. Ik wil me dan ook focussen op elementen die tot nu toe amper aan bod zijn gekomen en die me minstens even hard storen.

In de eerste plaats is dit regeerakkoord geen machtsgreep door de ondernemers of de zakenlieden, maar een machtsgreep van de Vlaamse burgemeesters. In vergelijking met de vrijheid, bevoegdheden en fondsen die hen worden toegeschoven, heeft het bedrijfsleven amper reden tot juichen.

In de tweede plaats is dit regeerakkoord op veel vlakken opzettelijk bijzonder vaag gehouden, zodat er nog voldoende ruimte is om later tot compromissen te komen. Die compromissen zullen echter niet worden gesloten met de sociale partners, met belangengroeperingen of met de bevolking in het algemeen. Het gaat veeleer om compromissen tussen drie regeringspartijen die elkaar eigenlijk niet kunnen uitstaan en die het enkel eens zijn over hun afkeer van al wat links, tegendraads en opstandig is. Helaas uit die vaagheid zich in zinnen die uit veel woorden bestaan, maar eigenlijk amper nog iets betekenen. In het beste geval betekent dit dat er allemaal niet veel van in huis zal komen. In het slechtste geval betekent dit dat de N-VA zich uit strategische overwegingen ditmaal nog een beetje koest wil houden en de overgang naar een harde dictatuur pas voor na de volgende verkiezingen plant.

In de derde plaats wordt dit regeerakkoord duidelijk ook gebruikt om de bevolking dom te houden of zelfs dommer te maken. Er wordt constant met veel lof over de kenniseconomie en het belang van gespecialiseerde opleidingen gepraat, maar kennis over de samenleving of opleidingen in hoe de wereld echt draait, maken daar duidelijk geen deel van uit. Het is de bedoeling de Belgische samenleving door een Vlaamse samenleving te vervangen, geheel los van de eventuele mening van de bevolking hierover.

In de vierde plaats is dit regeerakkoord duidelijk in alle haast bij elkaar gepend. Als er al een eindredacteur was aangesteld, pleit ik voor strenge sancties. De visietekst valt nog mee, maar de hoofdstukken van het akkoord zelf worden stuk voor stuk door een ontzettend lange lijst taal- en tikfouten ontsierd. Allochtonen worden verondersteld zich in te burgeren en goed Nederlands te leren. Helaas staat in het hoofdstuk over dit onderwerp ook meer dan een duidelijk zichtbare fout. Iedereen is in staat hierover zelf een goede grap te verzinnen, dus ik zal me de moeite besparen.

Hieronder volgt alvast een overzicht van de hoofdstukken, vergezeld van enkele persoonlijke impressies en niet al te optimistische beschouwingen. Maar voor ik hieraan kan beginnen, moet ik nog een belangrijk feit onthullen. Het langste woord in het Vlaams regeerakkoord 2014-2019 is 'langetermijnbroeikasgasemissiereductiedoelstellingen'. Exact 50 letters. Dat verdient dan toch op zijn minst een dikke proficiat.

Hoofdstuk I: Binnenlands bestuur en stedenbeleid

Eigenlijk loopt het al van in het begin mis. Het eerste hoofdstuk is een perfecte illustratie van mijn eerste conclusie: “De Vlaamse Regering beoogt een overheidslandschap dat bestaat uit sterke steden en gemeenten met meer bevoegdheden en autonomie. Zij zijn het eerste aanspreekpunt voor de burgers.” De Vlaams-nationalisten krijgen soms het verwijt provincialisten te zijn, maar het is zelfs nog erger. Heel de wereld draait rond hun dorp en de andere overheidsniveaus zijn enkel bedoeld om hun dorp te ondersteunen. De burger wordt blijkbaar verondersteld met elk probleem eerst en vooral naar zijn eigen gemeentehuis te stappen. Eigenaardig, want ik moet daar bijna nooit zijn. Als ik iets nodig heb van de overheid, betekent dit vooral dat ik mails moet sturen naar allerlei entiteiten die vaak in Brussel zijn gevestigd.

Op zich lijkt dit niet zo belangrijk, maar de tekst gaat verder: “We schaffen het goedkeuringstoezicht af, het algemeen toezicht (ex post) wordt de norm.” Anders gezegd, de gemeentebesturen mogen hun zin doen zonder voorafgaand toestemming te vragen en later, als het eigenlijk al te laat is om de beslissingen nog ongedaan te maken, zal de Vlaamse overheid pro forma nog een beetje controle uitoefenen. De gemeentebesturen krijgen gewoon carte blanche om binnen hun eigen grondgebiedje een eigen rijk uit te bouwen dat amper schatplichtig is aan hogere heren. De praktische gevolgen hiervan komen ook in de andere hoofdstukken duidelijk tot uiting.

De gemeenten [2] worden onderverdeeld volgens het aantal inwoners. De grootste steden tellen meer dan 100.000 inwoners. De middelgrote gemeenten tellen 25.000 tot 100.000 inwoners. De rest vormt de laatste categorie. Op zich niet erg, ware het niet dat “de grootste steden krijgen de mogelijkheid om af te wijken van Vlaamse regelgeving, als dat gemotiveerd kan worden vanuit efficiëntieoogpunt of de grootstedelijke context.” Dat heeft de burgemeester van Antwerpen mooi weten te regelen. Antwerpen, dat in China amper de status van groot dorp zou krijgen, wordt hier bevestigd in zijn rol van grootstad en krijgt de kans de regels die voor alle anderen gelden naast zich neer te leggen. De Wever is misschien officieel geen spilfiguur in de nieuwe Vlaamse Regering, maar hij hoeft niet eens rekening te houden met hun beslissingen. De omschrijving 'grootstedelijke context' is zo vaag dat hij van elke regelgeving kan afwijken om zijn eigen zin te doen in zijn eigen baronie. Dat hebben de meest corrupte PS-burgemeesters in Wallonië zelfs nooit durven voorstellen.

De gemeenten mogen dan zeer autonoom worden, dat betekent niet dat ze niet graag Vlaamse centen ontvangen. Alleen zouden ze die liever besteden zoals zij dat willen, ongehinderd door het algemeen belang, en dus worden alle subsidies voor het jeugdbeleid, het cultuurbeleid, het sportbeleid, het flankerend onderwijsbeleid, de bestrijding van kinderarmoede, de gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking en de integratie aan het Gemeentefonds toegevoegd. De gemeenteraad kan zelf beslissen wat hiermee moet gebeuren. Natuurlijk houden de gemeenten een aantal opdrachten op die vlakken, maar we mogen niet vergeten wat hierboven staat. Als er genoeg inwoners zijn, kan men gewoon verklaren dat het geld niet aan pakweg jeugd, cultuur of kinderarmoede wordt besteed omwille van de grootstedelijke context.

Als de gemeentebesturen het eerste aanspreekpunt voor de inwoner moeten vormen, moeten ze natuurlijk ook over personeel beschikken dat de loketten bemant en andere taken uitvoert. Die mensen zijn er, maar ze zullen de komende maanden niet gelukkiger worden: “Op het vlak van het personeelsbeleid geven we de gemeenten en in het bijzonder de grootste steden meer vrijheidsgraden om hun plaatselijke rechtspositieregeling vorm te geven.” en “We maken mogelijk dat lokale besturen op flexibele manier een beroep kunnen doen op uitzendarbeid.” Dat is duidelijke taal. De vaste benoemingen gaan eraan. In de toekomst worden het vooral tijdelijke contracten en wie te veel kritiek heeft, mag vertrekken. De gaten worden opgevuld met interimkrachten zonder toekomstperspectief. De vraag of het niveau van de dienstverlening hiermee op peil zal blijven, wordt niet beantwoord.

Het is al vaker gezegd en gelukkig ook door mensen met meer expertise dan ikzelf, maar ik herhaal toch nog maar eens dat de N-VA zich vooral specialiseert in het manipuleren van mensen door extreme standpunten heel rationeel te verpakken. Een goed voorbeeld is de volgende zin: “We waken erover dat dienstverlening van de lokale besturen aan de burgers neutraal is en als neutraal ervaren wordt.” Op zich klinkt dat logisch en vooral niet nieuw, maar het venijn zit in de spreekwoordelijke staart. De dienstverlening moet blijkbaar niet enkel neutraal zijn, wat nog te verdedigen valt, maar moet ook als neutraal worden ervaren. Door de burger. Door verzuurde mensen die overal een reden tot klagen vinden. Door mensen die vinden dat een loketbediende die door zijn collega's en bazen positief wordt geëvalueerd toch niet neutraal is omdat hij de indruk wekt van allochtone afkomst te zijn.

Op de volgende pagina gaat de machtsgreep van de nieuwe lokale adel gewoon voort: “De grootste steden kunnen desgewenst een trekkingsrecht krijgen op Vlaamse investeringssubsidies, waarbij ze hun aandeel autonoom kunnen besteden en beheren”. Dit kan ook anders worden geformuleerd. De grootste steden kunnen van de Vlaamse overheid geld eisen om te besteden aan wat zij op dat ogenblik belangrijk vinden en enkel nadien, als de werken al zijn uitgevoerd, wordt hierop een vage controle uitgeoefend.

Verder wordt het, met enige beperkingen, ook mogelijk private partners in de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, vroeger intercommunales geheten, op te nemen. Ik vind dit zeer eigenaardig, want in het Gemeentedecreet, dat tenslotte ook nog niet zo oud is, staat net dat die private partners tegen 2018 uit de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden moeten verdwijnen. Ik weet niet of private investeerders zich aangetrokken voelen tot een systeem waarvan de regels om de tien jaar grondig wijzigen. Ik vraag me trouwens af waarom door winstbejag gedreven investeerders de kans moeten krijgen zich met de publieke dienstverlening te moeien.

Een andere absurditeit heeft betrekking op de erkenning van de eredienstbesturen. Vroeger sloeg dat enkel op de kerkfabrieken, maar nu zijn er natuurlijk ook moslims die hier en daar een moskee beheren en dat is al een stuk gevaarlijker. Gelukkig waakt de Vlaamse Regering over onze veiligheid: “Voortaan vragen we eerst het advies van de Staatsveiligheid. Als dat positief is winnen we ook het advies van het lokaal bestuur in.” Los nog van het punt dat de werknemers op hun achterste poten staan als hun dienst foutief 'Staatsveiligheid' wordt genoemd [3], hebben die een chronisch tekort aan geld en mensen. Die zitten dus niet op nieuwe opdrachten te wachten, zeker niet als die komen van overheden waarvoor zij eigenlijk niet eens werken. Zelfs in het regeerakkoord gaat het over de 'Staatsveiligheid' en niet over de 'Gemeenteveiligheid'. De kans is dan ook 99 percent dat die dergelijke verzoeken enkel pro forma zullen bekijken en een zeer oppervlakkig dossiertje zullen terugsturen. Niet dat dit alles belangrijk is, want het venijn zit alweer in de staart. Zelfs als onze terrorristenwatchers het licht op groen zetten, moet de lokale overheid nog een advies uitbrengen en bij die hun objectiviteit stel ik me zelfs nog grotere vragen. Als de burgemeester vindt dat er te veel bruin volk in zijn dorp rondloopt, kan ik me inbeelden dat hij overal zal verkondigen dat er een geradicaliseerde imam rondloopt om te vermijden dat een nieuwe moskee zijn electoraat zou shockeren.

De grootste overwinning in hun strijd om de absolute macht hebben de burgemeesters echter behaald ten koste van de provincies. De provincies verliezen al hun persoonsgebonden bevoegdheden en kunnen bijgevolg niets meer doen op het vlak van jeugd-, sport- of cultuurbeleid. Lokale verenigingen die nu nog een beetje subsidies willen krijgen, worden dus volledig afhankelijk van de goodwill van burgemeesters die enkel naar de wensen van hun eigen electoraat kijken. Ik heb de provincies altijd beschouwd als een tussenniveau dat mensen tegen hun eigen gemeentebestuur kon beschermen, maar blijkbaar had de N-VA dit ook door. Dat de provincies niet helemaal worden afgeschaft, ligt natuurlijk enkel aan het feit dat de twee andere regeringspartijen daar te veel lokale mandatarissen hebben zitten die ze niet zo maar kunnen laten vallen.

Wat dit allemaal in de praktijk betekent, zal duidelijker worden naarmate we de volgende hoofdstukken overlopen, maar de toon is in elk geval gezet. Het lokale niveau is het allerbelangrijkste. Parlementen en regeringen dienen enkel om de dorpen en gehuchten te ondersteunen. De lokale democratie duidt een winnaar aan die een bijna volledige macht over zijn onderdanen krijgt. Die winnaar hoeft zich amper te verantwoorden tot de volgende verkiezingen eraan komen en hij de kudde kan manipuleren om hem te herverkiezen. Als hij zijn macht nog wil uitbreiden, kan hij trouwens proberen een vrijwillige fusie met een andere gemeente tot stand te brengen. Hierdoor stijgt zijn budget en het enige wat hij moet doen, is de burgemeester van de andere fusionerende gemeente uit weg manoeuvreren. Vroeger konden dergelijke figuren een provinciale troostprijs krijgen, maar dat is niet langer mogelijk. Ze moeten zich maar gaan herscholen bij de VDAB.

Hoofdstuk II: Bestuurszaken

Het gemeentelijk en provinciaal personeel zijn natuurlijk niet de enige slachtoffers van de doorgedreven liberalisering van de publieke dienstverlening. In dit hoofdstuk komt de macht van de burgemeesters minder aan bod, maar de idolatrie van de vrije markt is daarentegen alomtegenwoordig. Het volgend citaat zegt eigenlijk genoeg: “'Beter Bestuurlijk Beleid' wordt herdacht, in die zin dat de Vlaamse overheid gaat functioneren als een holdingstructuur, met operationele entiteiten die een zekere autonomie hebben in hun dagelijks functioneren, en met een moedermaatschappij die de gemeenschappelijke dienstverlening bepaalt en beslist door wie ze uitgevoerd wordt.”

De neutraliteit die ambtenaren aan het loket moeten aan de dag leggen, geldt in elk geval al niet voor de benoemingen aan de top: “Binnen elk beleidsdomein wordt door de bevoegde minister, na overleg met de leidend ambtenaren, een voorzitter aangesteld, die het Managementcomité voorzit.” Anders geformuleerd, zullen alle leidende ambtenaren met een sp.a-signatuur geen enkele kans maken op dat voorzitterschap. Dit worden zonder meer politieke benoemingen, maar het gaat nog verder, want het College van Ambtenaren-Generaal verdwijnt en wordt vervangen door een voorzitterscollege waarin de politiek benoemde vriendjes van de Vlaamse Regering met elkaar kunnen overleggen zonder bemoeienissen van de oppositie.

Ook elders wordt de terminologie aangepast. De management- en beheersovereenkomsten worden ondernemingsplannen. Dat het hier niet om ondernemingen gaat, speelt duidelijk geen rol. Dit laatste geldt overigens niet voor de VRT en De Lijn, maar die krijgen ook hun portie ellende, hoor. We komen hier nog op terug.

Onder de noemer 'radicaal digitaal' wil de Vlaamse overheid haar dienstverlening sterk automatiseren en online toegankelijk maken. Een aspect hiervan is dat het plaats- en tijdsonafhankelijk werken wordt gestimuleerd. Dit klinkt heel modern, maar het is natuurlijk een valkuil. Wie werkt zonder vaste uren kan zijn tijd zelf vrijer indelen. Alleen zijn er geen garanties dat de werklast niet zal stijgen en zonder een vast aantal werkuren kan men natuurlijk niet inroepen dat men de nodige uren al heeft gepresteerd. Zoals steeds komt het erop neer dat de werkgever meer wil doen met minder mensen.

Wat het personeelsbeleid betreft, bevat het regeerakkoord vooral onrealistische en ridicule standpunten. Het streefcijfer voor tewerkgestelde gehandicapten blijft 3 percent, maar de regering plant “verhoogde inspanningen om dit percentage effectief te bereiken”. Ik geloof er niets van. Idem dito voor werknemers van allochtone afkomst, overigens.

De bestaande verlofregelingen bij de Vlaamse overheid zullen worden gerationaliseerd, zoals dat heet. Dit betekent meestal dat een en ander zal worden afgeschaft. Ze kunnen daar beter voorzichtig mee zijn. Als ze, bij wijze van spreken, vandaag beslissen alle loopbaanonderbrekingen en deeltijdse prestaties af te schaffen, komen al die mensen morgen terug in dienst. Alleen is er niet genoeg geld om die allemaal te betalen. In elk geval raad ik iedereen aan goed op te letten en zodra er sprake is van een terugschroeving van de verlofstelsels onmiddellijk nog loopbaanonderbreking of iets dergelijks aan te vragen. We kunnen er maar beter gebruik van maken voor het te laat is.

De Vlaamse overheid wil het mogelijk maken gebruik te maken van uitzendkrachten “onder dezelfde voorwaarden als ondernemingen in de privésector”. Dat wordt nog plezant. Als het echt nodig is iemand te vervangen, zal niet naar de wervingsreserve worden gekeken, maar wordt een interimmer opgeroepen die van niets weet en waarvan niemand weet of hij wel langer dan een paar dagen zal willen blijven. De continuïteit van de dienstverlening is nochtans een van de basisplichten  van de overheid.

-------------

[1] De visietekst is in feite een inleidende samenvatting waarin de krachtlijnen al enigszins worden uitgestippeld. Het regeerakkoord zelf is dan de tekst waarin al die krachtlijnen met de obligate vaagheid worden herhaald door middel van langere zinnen zonder meer inhoud.
[2] Als ze dan toch willen hervormen, waarom schaffen ze dan eindelijk dat artificieel onderscheid tussen steden en gemeenten niet af? Dat zijn toch maar termen uit een ver verleden die geen inhoudelijk verschil maken.
[3] Ze staan erop dat men over de 'Veiligheid van de Staat' spreekt. Probeer het zelf maar eens uit.

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and email addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.