Malcolm ging naar het Rebellion festival 2019

Maandag 12 augustus 2019

Ook dit jaar verzamelden duizenden punks van over heel de wereld zich in het Britse stadje Blackpool voor vier dagen lawaai, alcoholmisbruik en slaapgebrek. Aangezien ik hiervoor in voorgaande jaren al lange en hopelijk zelfs een beetje informatieve recensies heb geschreven, zie ik het niet zitten opnieuw een lange inleiding neer te pennen. Het staat iedereen vrij mijn eerdere recensies over het festival in 2015, in 2016 en in 2018 op eigen tempo na te lezen. Ze staan gratis ter beschikking, wat tegenwoordig van niet veel meer kan worden gezegd.

De belangrijkste reden waarom ik het dit jaar kort wil houden, is eigenlijk dat ik niet gigantisch veel nieuws te vertellen heb. Veel bands op de affiche waren er de voorbije jaren ook al bij en aan het concept is al evenmin iets drastisch veranderd. Zelfs de drankprijzen zijn al jarenlang dezelfde, waardoor het nu minder kost om op een Engels festival een pint te bestellen dan in een aantal Belgische cafés die zichzelf trendy en luxueus vinden. Het zijn dan ook geen cafés, maar lounge bars. Hun publiek bestaat vooral uit mensen die denken dat geld uitgeven een manier is om te ontspannen, maar genoeg daarover want ik heb vier dagen punk te overlopen.

Zoals gezegd, zijn er geen gigantische verschillen tussen de affiches van de verschillende jaargangen van Rebellion. In feite vist de organisatie steeds opnieuw in dezelfde vijver, waardoor het voor nieuwkomers zeker nog de moeite is, maar regelmatige bezoekers vaak de indruk hebben dat ze het allemaal al hebben gezien. Niet dat het mogelijk is alles effectief te zien, want met meer dan 300 bands en zeven podia is het doodnormaal de helft van de line-up gewoonweg te missen.

Ik beperk me dan ook tot de opvallendste hoogte- en laagtepunten die in mijn ogen zeker het vermelden waard zijn.

Donderdag 1 augustus

De hoogtepunten:

6. The Cundeez
Meestal worden doedelzakken en aanverwante instrumenten gebruikt om de gitaarriff te spelen en zo het nummer wat te veranderen, maar in dit geval speelde de doedelzak enkel de zanglijn, wat meteen een stuk origineler klonk. Meer nog, deze versie was een moment van genialiteit en een van de hoogtepunten van het hele festival.

5. Slice of Life
Natuurlijk niet te verwarren met de gelijknamige Belgische band, wat een van de redenen is waarom ze op de affiche van Breaking Barriers staan aangeduid met hun langere naam 'Steve ignorant's Slice of Life'. Sommigen zullen de muziek misschien te soft vinden, maar Steve Ignorant wordt nog steeds kwaad als hij onrecht ruikt en zijn teksten reflecteren de harde feiten waarmee we dagelijks worden geconfronteerd.

4. TV Smith & The Bored Teenagers
Smith speelt dit weekend maar liefst drie keer, waarschijnlijk omdat de organisatie dan slechts eenmaal zijn transportkosten moet betalen. Besparingen lijken wel de rode draad dit jaar. Op donderdag speelt hij zijn beste set, met enkel songs uit zijn soloreleases. Die oude klassiekers van The Adverts hebben we nu al al genoeg gehoord en bovendien staan op zijn latere cd's meer dan een paar songs die onterecht geen wereldhits zijn geworden.

3. D.I.
Hoewel ze ooit in jeugdhuis Sojo, op letterlijk 400 meter van mijn deur, hebben gespeeld, heb ik ze nog nooit live gezien en dat blijkt een spijtig gemis te zijn. Dit is snel, strak en gewoon goed. Als afsplitsing van The Adolescents met ondertussen 27 huidige en gewezen leden vormt D.I. een van die vele schakels in de soms nogal incestueuze geschiedenis van de punkscene in Orange County, maar een volledig overzicht van die stamboom zou langer dan deze festivalrecensie worden.


2. Millie Manders and The Shut-Up
Millie heeft het moeilijk om het publiek mee te slepen, maar de belangrijkste reden is natuurlijk dat ze een zware knieblessure heeft en bijgevolg gedurende heel de show moet stilstaan. Blijkbaar moet ze tegelijkertijd worden geopereerd aan zowel haar gewrichtsbanden als haar ligamenten, wat meestal enkel is weggelegd voor vaak neergehaalde voetballers. Die hebben daar overigens niet veel last van, want ze kunnen zich dagelijks verplaatsen met hun Bugatti Veyron. Hopelijk duurt de revalidatie niet te lang, want als iedereen fysiek in perfecte staat is, is dit een van de beste live-bands die men tegenwoordig op deze planeet kan zien.

1. Goldblade
Tot hun grote spijt moeten ze het dit jaar stellen met een van de kleinste zalen in het complex, maar dit is eigenlijk geen nadeel. De ruimte is tot in de verste hoeken gevuld en de beperkte afstand tot het publiek stelt zanger-volksmenner John Robb in staat de interactie te maximaliseren. Dit is niet de bekendste of best verkopende band op de affiche, maar het publiek zingt veel harder mee dan tijdens eender welk concert tot nu toe.

De laagtepunten:

Fear
Over deze band valt veel te vertellen, hoewel sommige verhalen gewoon verzinsels van de zanger zijn gebleken. Zanger Lee Ving is ondertussen 69 en dat is er helaas aan te merken. Nog erger is dat zijn jongere bandleden al even seniel klinken. Als er vijf mensen op het podium staan, is het niet de bedoeling dat men de indruk krijgt dat er vijf verschillende songs worden gespeeld. Goed, het is allemaal punk en niet de Koningin Elisabethwedstrijd, maar een zanger mag van mij best hetzelfde tempo aanhouden als de gitaar die hij zelf bespeelt.

Flipper
Ook deze band heeft al wat bezettingswissels meegemaakt, maar heeft wel voor vervangers met een zekere reputatie gezorgd. Krist Novoselic van Nirvana speelt niet meer mee, maar als bassist kunnen ze nu rekenen op Mike Watt, ooit nog lid van The Minutemen, en op zang zien we David Yow, ooit nog in The Jesus Lizard. Het concert is geen onverdeeld succes. Hoewel ze in de grootste zaal van het complex, de Empress Ballroom met een capaciteit van meer dan 3.000 mensen, staan geprogrammeerd,  bevinden de meeste mensen zich blijkbaar liever elders. De zaal is nog niet voor een derde gevuld en velen struikelen over het nogal incoherente gewauwel van Yow, die zelf de indruk gaf elke seconde over zijn eigen dronkenschap te kunnen struikelen.

Vrijdag 2 augustus

De hoogtepunten:

6. Duncan Reid
Volgens de officiële programmabrochure zou hij helemaal alleen een akoestische set brengen, maar blijkbaar had hij toch behoefte aan wat gezelschap en daarom heeft hij zijn begeleidingsband The Big Heads maar meegebracht. Reid is een geboren entertainer en zijn muzikanten voelen zich al even zeer thuis op elk groot of, in dit geval, klein podium. Hoe groot de gitarist is, wordt pas duidelijk als hij van het podium stapt en toch nog boven de andere groepsleden uitsteekt. In november spelen ze op Breaking Barriers in Het Depot en het verbaast me dat ze nog niet om een extra lang bed hebben gevraagd, want die mens past onder geen enkele normale deken.

5. The Snivelling Shits
Een van die zeldzame concerten van een band die zelfs in het chaotische jaar 1977 compleet obscuur is gebleven, maar er af en toe nog eens toe kan worden verleid zijn eigen vergezochte humor ten gehore te brengen. De bindteksten zijn tot nu toe de grappigste van het festival, maar dat record zal slechts een dag standhouden. Met songtitels als 'Bring me the head of Yukio Mishima' of zinnetjes als “Our new single is a very limited edition, but luckily not as limited as my vocal range” is het uitgangspunt meteen duidelijk. De originele zanger, Giovanni Dadomo, overigens ook de schrijver van 'There is no sanity clause' van The Damned, is ondertussen overleden. De originele bassist, Steve Lillywhite, heeft het ondertussen te druk  met zijn commerciële successen als producer om zich nog met deze grapjurken te associëren. Hoewel deze band zijn eerste stapjes in de muziek vormden, staat dit niet eens vermeld op zijn Wikipedia-pagina. Gelukkig zijn ondertussen de nodige vervangers gevonden om deze grap nog verder uit de hand te laten lopen. Als de zanger het publiek vraagt of het volgend nummer eindelijk goed zal klinken, roept iedereen luid “No!”. Niemand verwacht meer dan afgrijselijk amateurisme, maar er wordt tenminste goed gelachen.

4. Infa-Riot
In de Arena, nog steeds een beschimmeld hol dat een prominente rol speelt in de nachtmerries van geluidstechnici, daagt vrij veel volk op voor Infa-Riot, een linkse Oi!-band die ondertussen ook al enkele decennia meedraait. Om een of andere reden klinkt het geluid ditmaal een stuk beter dan de rest van de dag en iedereen heeft er zin in. Het is een van de betere concerten van een zootje oude skinheads van de afgelopen jaren en hoewel ik graag kritiek geef, kan ik weinig negatieve punten bedenken.

3. Pretty Addicted
Dit is een van die bands die hun festivaldebuut op het Rebellion Introducing podium hebben gemaakt en vervolgens op vraag van het publiek naar een van de grotere zalen zijn gepromoveerd, een pad dat eerder al is afgelegd door Wonk Unit, Millie Manders, Maid of Ace en Mick O'Toole. Het is de enige elektronische band op de affiche die de link met cyberpunk kan leggen en dat levert hen een enthousiaste zaal op. Misschien kan iemand de bierzwelgende hoofdorganisator eens op de hoogte brengen van bepaalde evoluties die zijn evenement nieuw leven kunnen inblazen. Muzikaal brengt deze band een combinatie van snelle beats, een punky basgitaar en gestoorde zang. Als inwoner van een land waar ondingen als Tamino of Oscar and the Wolf zowaar worden betaald om concertachtige avonden te vullen, is zoiets een verademing.

2. Membranes
Deze band heeft een nieuwe LP uitgebracht en schenkt eigenlijk amper tot geen aandacht meer aan het oude werk uit de eighties. De nieuwe songs klinken goed, net als de songs uit de succesvolle vorige LP, 'Dark energy/dark matter'. Ze spelen tegenwoordig vaak met een koor, maar op een festival dat op alles bespaart, is dat geen evidentie. De organisatie geeft uiteindelijk enkel toestemming om vijf zangers (m/v) mee te brengen, wat natuurlijk minder indrukwekkend is dan het twintigkoppig gezelschap dat ze op het oog hadden. Gelukkig is de muziek sterk genoeg om dit probleem te overwinnen.

1. Lost Cherrees
Deze veteranen uit de anarchoscene klinken zowaar nog beter dan de voorgaande jaren en de samenwerking tussen een stemzuivere maar statische en een chaotischer maar aanstekelijke zangeres weet het publiek duidelijk te bekoren. De gitarist speelt nog steeds een solo hier en daar, maar dat is dan ook het enige foutje dat hen te verwijten valt. Ik heb het er ooit met de bassist over gehad en zijn antwoord was dat hij geen andere muzikanten vond die in zijn groep wilden spelen. Misschien zouden al die zelfverklaarde muziekliefhebbers eens moeten nadenken over wat echt belangrijk is en zich niet langer inschrijven voor fabrieken van consumptiegoederen als The Voice.

De laagtepunten:

Popes of Chilitown
De vrolijke skapunk van dit anders aanbevelingswaardig groepje wordt compleet en terminaal om zeep geholopen door het bijzonder slecht afgestelde geluid. Blijkbaar heeft iemand aan de mengtafel beslist dat enkel de allerhoogste frequenties de zaal in mogen en dat werkt snel op de zenuwen.

Eddie & The Hot Rods
Enkele teleurgestelde mensen hebben me verteld dat na al de vorige bezttingswissels nu ook Eddie niet meer meespeelt. Wat ze in feite bedoelen, is dat de originele zanger Barrie Masters niet langer van de partij is, want de eigenlijke Eddie was een pop die al sinds 1977 niet meer wordt gebruikt. Velen denken overigens dat de naam Eddie verwijst naar Ed Hollis, de broer van Mark Hollis van Talk Talk, maar hij is nooit meer dan hun manager geweest. In elk geval was Barrie Masters nergens meer te bekennen en dat heeft natuurlijk een serieuze impact op het groepsgeluid.

Zaterdag 3 augustus

De hoogtepunten:

6. Sensa Yuma
Strakke punk die op een groot podium even goed klinkt als in de kraakpanden waar deze heren meestal te vinden zijn. Het gerucht doet de ronde dat ze er vanwege de gezondheidsproblemen van enkele groepsleden mee zouden stoppen, maar ik herinner me dat het twee jaar geleden zogezegd ook hun allerlaatste tournee zou zijn.

5. Attila and Barnstormer 1649
Dit is een van die vele buitenbeentjes op het festival. Ze zouden eigenlijk ideaal zijn voor Dranouter, indien dat tenminste geen conventioneel rockfestival zou zijn geworden. Het komt erop neer dat Attila the Stockbroker zijn voorliefde voor renaissancemuziek en de bijbehorende instrumenten waar niemand anders de naam van kent, combineert met allerlei al dan niet zelfgeschreven teksten over de Britse geschiedenis. Origineel en meeslepend, maar waarschijnlijk niet zo interessant voor een publiek dat de English Civil War enkel kent uit het gelijknamige nummer van The Clash.

4. Maid of Ace
Vorig jaar wisten de zusjes Elliot niet te overtuigen, maar ditmaal zijn ze weer in vorm en volgen de aanstekelijke riffs elkaar in sneltempo op. De zangeres brult nog steeds op een manier die mannen die dubbel zo veel wegen niet uit hun strot krijgen en de groep speelt alsof ze elke dag samen repeteren, wat sinds de verhuis van de zangeres naar de VS zeker niet meer het geval is. Het enige spijtige blijft dat ze nog steeds niets nieuw hebben uitgebracht, waardoor er amper een verschil is met de setlist van vorig jaar, het jaar voordien of zelfs het jaar daarvoor.

3. Hägar the Womb
De zelfverklaarde 'geriatric punks' stelen opnieuw de show met hun combinatie van aanstekelijke anarchopunk en humor met een hoek af. Ze lijken iets nuchterder dan vorig jaar, maar dat is slechts schijn. Een van de zangeressen combineert bourbon met wijn die uiteraard met een rietje wordt gedronken en de andere probeert na het concert de merchandisingstand te bemannen, hoewel ze eerlijk moet toegeven dat ze te bezopen is voor elke vorm van conversatie. De bassist, traditioneel hun vaste pispaal, krijgt live op het podium te horen dat hij zich beter anders zou kleden indien hij op Rebellion een blowjob wil versieren. Alleen krijgt hij dat te horen van zangeressen die tussendoor ook een gesprek met elkaar voeren over incontinentieluiers en de menopauze.

2. Sons of Clogger
Dit is en blijft de meest levendige folkpunkband van het moment. Men moet goed naar de zanger luisteren, want anders denkt men al gauw dat de instrumenten een plaat playbacken die op een te hoog toerental staat.

1. Hard Skin
Een recensie van dit concert alleen zou al een paar pagina's kunnen vullen. De prijs voor de beste bindteksten is eens te meer voor Fat Bob, die het publiek harder doet lachen dan eender welke rockster zou kunnen. Men zou het stand-up comedy kunnen noemen, behalve dan dat ene moment waarop hij van het podium is gevallen. Ironisch genoeg had hij net iedereen opgeroepen zeker veel cd's en t-shirts te kopen, want hij is aan het sparen voor een mobility scooter. Ze hadden trouwens opvallend veel t-shirts bij, volgens hem in alle maten die ertoe doen: XXXL, XXXXL en American Medium. En verder blijft 'We are the wankers' natuurlijk de ultieme punkklassieker van deze eeuw.

De laagtepunten:

This Means War
De groepsnaam klinkt alsof een bende anarchisten zwaar politiek geladen teksten op de wereld wil loslaten of als een tatoeageverzameling uit de New Yorkse hardcorescene, maar in de praktijk blijkt het te gaan om een zootje uitgezakte skinheads van middelbare leeftijd. De muziek is even levendig als een mossel die drie maanden in een diepvriezer heeft doorgebracht en de reacties van het publiek klinken als diezelfde mossel tijdens een welsprekendheidstornooi.

Blitzkrieg
Ik heb me laten vertellen dat de bassist in België woont, maar daar zijn we ook weer vet mee. Wat een saaie bende is me dit. Ooit zaten ze nog op het legendarische No Future!-label, maar helaas hebben ze die naam niet als motto gebruikt tijdens vergaderingen over hun eigen plannen.

Motörheadache
Ik snap echt niet waarom een festival van dit formaat ervoor kiest een avond af te sluiten met een coverband. Goed, het is de organisatoren tot hun grote frustratie nooit gelukt de echte Motörhead te boeken, maar is dit dan een waardige vervanger? Met meer dan 100 bands die dezelfde dag eigen songs spelen, wordt het geheel afgesloten door een trio dat nog nooit een eigen nummer heeft geschreven.

Zondag 4 augustus

De hoogtepunten, maar aangezien ik veel te veel met mensen heb staan praten, heb ik er voor deze dag maar vijf:

5. The Dwarves
Ik ben waarschijnlijk een van de enigen in de punkscene die The Dwarves nog nooit aan het werk had gezien en ik had me aan een zware tegenvaller verwacht. Dat viel echter best wel mee en hoewel ze een vrij bezopen indruk maakten, speelde de band strak en snel. De vorige keer dat ze in België speelden, waren er amper honderd mensen aanwezig, maar eigenlijk verdienen ze wel degelijk meer dan dat.

4. The Chameleons
Het past niet helemaal op een punkfestival, maar gelukkig interpreteren de organisatoren die grenzen niet al te strikt. De band klonk goed en ze hadden er duidelijk zelf veel zin in. Organisatorisch was er wel duidelijk iets misgelopen, want ze zijn pas op het laatste nippertje toegekomen en hun merchandising is er zelfs helemaal niet geraakt, maar dat kon de pret niet drukken.

3. Dr. Know
De strakste en misschien ook de snelste band het festival. Dit is hardcore punk zoals het hoort, met meeslepende riffs, een maniakale drummer en een complete zot als frontman. Ik had ze een week eerder al gezien op Loco Loco Fest in Opwijk, waar de zanger een Duvel-glas op zijn schedel kapotsloeg en de rest van de set hevig bloedend heeft afgewerkt, maar blijkbaar zijn ze niet elke dag even zelfdestructief.

2. The Skids
Eigenlijk zou dit op de eerste plaats moeten staan, wat in 2017 ook het geval was, maar nu ze voor een tweede keer komen, is de verrassing er blijkbaar wat af en is het publiek iets minder uitzinnig. Verwende nesten, dat zijn het. De band speelt met veel enthousiasme zowel oud als nieuw maeriaal., want ze hebben ondertussen twee nieuwe en in Groot-Brittannië hoog in de hitlijsten scorende LP's uit. De samenstelling van de band is sinds 1978 natuurlijk flink gewijzigd, niet in het minst vanwege het overlijden van Stuart Adamson, en omvat nu ook enkele zonen van originele bandleden. De eigen nummers worden onderbroken voor een cover van 'Pretty vacant', waarop Paul Cook onaangekondigd even voor de backing vocals komt zorgen. Als ik dat onaangekondigd noem, heb ik het zelfs niet over het publiek, maar vooral over de verraste blik van zanger Richard Jobson toen hij hem halverwege het nummer plots naast hem op het podium opmerkte.

1. Pete Bentham & The Dinner Ladies
Deze band wordt elk jaar beter en beter. Bentham ziet eruit als een nuchtere versie van Mark E. Smith, maar dat wordt gelukkig gecompenseerd door de vrolijke bende om hem heen. Het samenspel tussen gitaar en saxofoon is perfect, maar de sfeer wordt natuurlijk in grote mate gecreëerd door de twee zotte schuppen in keukenschort die als achtergronddanseressen allerlei bizarre dansjes uitvoeren, het publiek inspringen om met willekeurige punks te slowen of borden ronddragen met slogans als 'A bas le caviar – Vive le kebab', die natuurlijk even hard lachen met de Britse working class als met de rijken dezer wereld, want in Engeland spreekt geen enkele echte arbeider ook maar een woord in een andere taal dan zijn eigen dialect.

De laagtepunten:

DOA
Op zich geen slecht concert, maar om een of andere reden is het geluid maar liefst vijfmaal uitgevallen in de zaal, waarvan een keer in het midden van hun fantastische versie van de 60s-klassieker 'War', origineel van Edwin Starr en ooit helaas nog gecoverd door het Liverpoolse product van vergaderingen over marktaandeel, eigentijdse mode en consumentenmanipulatie genaamd Frankie Goes To Hollywood.

Vice Squad
Deze band klinkt steeds meer als aftandse tweederangshardrock en dat is nu eenmaal mijn ding niet. Hier en daar spelen ze nog wel een song uit de oude doos, een term die zeker niet slaat op Beki Bondage, die de fitnesszaal enkel uitkomt voor een veganistische snack en er op haar 56e nog steeds beter uitziet dan 85 percent van haar publiek. Al bij al is hier zeker een publiek voor, maar ik word er niet wild van.

The Damned
Het is nu officieel. The Damned is live een oersaaie band. Zelfs nu ze, in tegenstelling tot hun poppy setlist tijdens hun laatste Belgische concert in 2016, hun concert hadden opgebouwd rond de LP 'Machine gun etiquette uit 1979, klonk alles eens te meer alsof ze hun levensenergie halen uit zonnepanelen die bij vergissing in een afgesloten kelder zijn geïnstalleerd. Ik snap werkelijk niet waarom duizenden mensen hiervoor de hitte van de slecht geventileerde Empress Ballroom wilden trotseren.

Dit overzicht is natuurlijk zeer onvolledig, want van tientallen bands heb ik geen seconde gezien. Ik heb me laten vertellen dat Overload, Dead 77, Midnight Tattoo, Girls in Synthesis en Paranoid Visions zeker de moeite waren, maar daar moet iemand anders dan maar een eigen recensie over schrijven.

De volgende editie van Rebellion vindt plaats op 6, 7, 8 en 9 augustus 2020. Tickets zijn nu al te koop, maar er zijn nog slechts tien bands aangekondigd, waaronder oude getrouwen als GBH, The Dickies en Sham 69, maar ook The Cravats en tot ieders verbazing niemand minder dan Colera, een Braziliaanse band die in de jaren 80 zo waar op het Belgische label Hageland Hardcore zat.

Het is natuurlijk nog niet zeker dat ik dan ook weer van de partij zal zijn. Dat hangt onder meer af van de resultaten van de brexit, een slechte grap waarvan niemand de pointe wil kennen. Voel ik mij dan te goed om een internationale reispas te bestellen, om mijn vingerafdrukken in een internationale database te laten opnemen, om maanden op een visum te wachten en om aan de grens urenlang in de rij te staan? Eigenlijk wel, ja. Ik ben daar te goed voor en jullie, beste lezers, zijn dat ook.